Geloven in leerbaarheid Geloven in veranderbaarheid

Hoe kan je het leervermogen van jonge kinderen stimuleren en bevorderen?

Je daagt je kleuters uit om met steeknagels een figuur na te maken. Een ander groepje kleuters gaat aan de slag met een (wiskundig) spel. Een derde groepje probeert de hoogste toren van de hele wereld te bouwen.
Uitdagende opdrachten die jonge kinderen doen leren. We zoeken doorheen deze train-de-trainer hoe we door goed inspelen het jonge kind succes doen ervaren. Met kleine stappen, krijgt het jonge kind een beter en positiever zelfbeeld, gaat het geloven in de leersituatie en in zijn eigen kunnen.

We werken evidence-based, maar concretiseren dit telkens met voorbeelden, verhalen, spellen, het uittesten van materialen, het analyseren van videobeelden. Een rijke dialoog tussen lesgevers en deelnemers.

Schooljaar I
Dag 1
We bestuderen de basisvoorwaarden alvorens jonge kinderen in een leersituatie kunnen instappen.

Het ‘ABC of love’ (Pnina Klein in haar MISC-programma, dat staat voor More Intelligent and Sensitive Child / Mediational Intervention for Sensitizing Caregivers) richt zich op de cognitieve, sociale en emotionele behoeften van het kind.
Een kwalitatief goede interactie tussen volwassene en kind draagt in hoge mate bij aan het welbevinden van beiden.

De kleuters die intensieve gedragsregulering nodig hebben, behoren meestal tot de twee tegenovergestelde polen van beweeglijkheid. Aan het ene uiterste zijn de zeer actieve kinderen die op iedere prikkel reageren en die voortdurend met hun omgeving of zichzelf bezig zijn. Kinderen die niet pauzeren om te observeren, luisteren of concentreren. Aan het andere uiterste zijn er de tragere en geremde kinderen, passief en geblokkeerd.

Het doel van mediëring van gedragsregulering bij jonge kinderen is hen helpen om efficiënte gedragspatronen te ontwikkelen die aan de vragen van de omgeving zijn aangepast en aan de verschillende opdrachten die ze willen voltooien volgens hun eigen mogelijkheden. Leren gebeurt enerzijds door het aanbieden van leerprikkels maar in vele gevallen is ook een goede mediatie van de begeleider nodig. Hoe groter de beperkingen van het kind zijn, des te meer heeft het nood aan een goede mediator om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen (Feuerstein, de theorie van de gemedieerde leerervaing).

Dag 2
We bestuderen de basisconcepten om tot leren te komen.
De ‘gemedieerde leerervaring’ van Reuven Feuerstein in zijn ‘Instrumenteel Verrijkingsprogramma’ komt meer uitgediept aan bod.

Basisconcepten helpen ons bij onze perceptie en de beschrijving van onze wereld. De voornaamste concepten staan in verband met tijd en ruimte van de menselijke realiteit. Sommige kleuters hebben speciale nood aan gemedieerde leerervaringen om deze basisconcepten te verwerven.
Het is belangrijk, vermits het begrijpen van de relatie tussen voorwerpen, mensen, enz. de eerste stap is in de ontwikkeling van het abstracte denken. De kleuter zal op een bepaald moment zijn aandacht verplaatsen naar een onvatbaar, abstract verband dat bestaat tussen concrete wezens. Het ontwikkelen van basisconcepten zal de kleuter helpen mentale acties (vergelijken, classificeren, veronderstellingen maken) te verrichten die het doel vormen van de cognitieve ontwikkeling.
De basisconcepten zijn: kleur, vorm, grootte, oriëntatie in de ruimte, getal en hoeveelheid, tijd, oorzaak- en gevolgrelaties, gevoelens en stemmingen en delen en functies van het menselijk lichaam.

Dag 3
We bestuderen de bouwstenen van het denken.
Focus op voorbereidende oefeningen op lezen en schrijven. Kleuters leren op zoek te gaan naar de kritische verschillen tussen vormen (letters). Zowel visueel als auditief worden letters van elkaar onderscheiden (cfr. Klankdorp).

Door de stabiele relatie tussen bepaalde ervaringen te bestuderen, ontdekken kleuters regels en wetten die een opeenvolging van gebeurtenissen bepalen. De volgorde en het ritme van de relaties en de wederkerigheid in reeksen (cycli), stelt kleuters in staat om de toekomst te construeren vanuit de kennis van het verleden.

Mediatie van bewustzijn van veranderbaarheid wordt belicht door de veranderende opeenvolging van gebeurtenissen in de reeksen die worden aangeboden.

Items die aan bod komen tijdens het tweede schooljaar
• de vier niveaus van het leren duiden en toepassen;
• intelligentietesten;
• principes linken aan de bridgings;
• mediatie optimistische alternatieven zoeken;
• mediatie bewustwording van veranderbaarheid;
• het ontwikkelen van adequate executieve functies.

Tijdens dag 6 stellen de deelnemers hun praktijkprojecten voor aan de groep.

Onderdeel van uitdaging: Leerprocessen versterken
Per persoon
Deze vorming is voorbij

Wat leer je

• de basisbouwstenen van het denken (cognitieve functies) opbouwen;
• woordenschat aanbrengen om beter te denken;
• goede denkgewoontes verwerven en toepassen in een waaier van situaties (actief, systematisch informatie leren zoeken, gegevens organiseren, vergelijken, plannen, impulsiviteit remmen);
• inzicht en kritisch denken opbouwen;
• ontwikkelingsactiverend werken, meer specifiek voor kinderen die een ontwikkelingsachterstand vertonen.

Praktische informatie

Voor wie

Zorg in en rond de school, Buitenschoolse opvang

Zorg basis

Extra informatie

Tussentijdse opdrachten:
‐ (Video)coaching
‐ Plan van aanpak voor de begeleiding van een leerder
‐ Eigen materialen maken (bespreking, gebruik en reflectie)
‐ Screeningswijzer hanteren
‐ Implementatieproces (op de werkvloer) voorbereiden
Tussentijdse coaching is mogelijk op vraag van de deelnemers.

2 schooljaren met telkens 3 volledige vormingsdagen per schooljaar
Schooljaar I
Dag 1: oktober 2018
Dag 2: januari 2019
Dag 3: mei 2019

Schooljaar II
Dag 4: oktober 2019
Dag 5: januari 2020
Dag 6: mei 2020