Muzische vorming evalueren in de dagelijkse lespraktijk

Vier praktijktips over formatief evalueren

Het evaluatieproces staat in functie van het leren. Ook als we muzische vorming evalueren moeten we onderzoeken hoe de evaluatie kan bijdragen tot die muzische ontwikkeling. In deze bijdrage geef ik graag vier concrete tips om dit in je muzische les te realiseren.

 

1. Deel je doelen

Leg aan het begin van de les uit wat je wil bereiken. Op die manier weten de leerlingen al wat ze zullen leren. Hierop kun je terugblikken bij de evaluatie van de les. Formuleer de doelen concreet en bij voorkeur in ik-termen, zodat de leerlingen precies weten wat ze zullen leren in de muzische les.

In een les waarbij de leerlingen een klankdecor moeten maken bij een afbeelding (bos, zee …) deelt de leerkracht de doelen mee: “In deze les zullen we met onze stem allerlei klanken maken, we zullen allerlei stemgeluiden bedenken die passen bij een bepaalde plaats.” Ze noteert op het bord de drie doelen:

– Ik durf met mijn stem allerlei klanken maken;
– Ik varieer in mijn klanken (luid-stil, hoog-laag …);
– Ik stem mijn klanken af op de afbeelding.

 

2. Bedenk een uitdagende opdracht

Om de lesdoelen concreet te maken, verzin je een sterke (eind)opdracht waarin de doelen aanwezig zijn in de vorm van criteria. Die geven aan waarop de leerlingen moeten letten. Zo kunnen de leerlingen aantonen dat ze de vooropgezette doelen hebben bereikt. De eindopdracht is een vorm van assessment. Ze is bij voorkeur open en concreet geformuleerd, zodat de leerlingen een eigen invulling kunnen geven en toch voldoende houvast krijgen dankzij die criteria.

 

In een les met als doel het onderzoeken van texturen vraagt de leerkracht
om een wezen te ontwerpen door met potlood verschillende ondergronden te frotteren.
Het wezen moet verschillende lichaamsdelen bevatten met telkens een andere textuur.

Tijdens de activiteit onderzoeken ze verschillende texturen in de klas en
bedenken ze allerlei vreemde wezens. Ze beschouwen ook het werk van Max Ernst om inspiratie op te doen.

 

3. Geef groeigerichte feedback

Na de presentatie kun je feedback geven aan de leerlingen. Bespreek met de leerlingen hoe de opdracht is uitgevoerd. De andere leerlingen (toeschouwers) kunnen hierin participeren. Verwoord die feedback positief, vanuit de doelen (criteria) en zo concreet mogelijk. Geef eventueel ook verdere groeikansen aan.

 

In een dansactiviteit met doeken kregen de leerlingen de uitdaging om de verschillende ruimtelagen te gebruiken (laag – midden – hoog), de bewegingen uit te voeren op de muziek vanuit een opgegeven structuur. De leerkracht geeft aan een groepje de volgende feedback: “ik kon duidelijk zien dat jullie de verschillende ruimtelagen hebben gebruikt. Ik zie ook dat jullie de ABA-structuur hebben toegepast. Ik merkte wel dat de bewegingen niet echt de muziek volgden. Hoe zou je dat kunnen aanpakken?”


4. Neem de tijd voor reflectie

Vaak is er weinig tijd voor een nagesprek.Je moet nog snel opruimen, de les liep wat uit … Probeer af en toe echt tijd te nemen om met de leerlingen terug te blikken op het proces. Naast de beleving pols je ook naar het leereffect. Op die manier krijgen ze zicht op wat al vlot loopt en waar ze nog aan moeten sleutelen. In een vervolgactiviteit kun je daar dan op inzetten.

 

Na de dramales over griezelen vraagt de leerkracht aan de leerlingen om na te denken over de volgende vragen: “Wat was nieuw voor jou in deze les? Wat liep vlot en waar wil je nog beter in worden?” De leerlingen vertellen het eerst in trio’s en daarna delen ze hun inzichten met de hele klas.

 

Deze vier tips geven je kapstokken om formatieve evaluatie te integreren in je lespraktijk. De evaluatie staat ten dienste van het leerproces, niet als eindpunt. Wil je hierrond oefenen of methodieken verkennen om reflectie en evaluatie te versterken, boek dan gerust een vorming.

 

Koen Crul
Trainer en learning designer bij Oetang, auteur Zeppelin, muzisch docent lerarenopleiding