Filosofie in het derde jaar

Een praktijkverhaal van Monique Fischer 

Zo moeilijk en abstract, dat kan toch niet?

Toch wel, en sterker nog het is zo ontzettend leuk om te doen, zowel voor de leerkracht als voor de leerling. Oké, in het begin is het wat zoeken en wat spannend, want filosofie en filosoferen dat is toch iets voor oude mannen op blote voeten of eventueel nog met geitenwollensokken, o ja én een baard …

 

Wat is filosofie volgens jou?’, vraag ik in mijn eerste les aan de leerlingen. Ik laat hen er even over nadenken en moedig ze aan om in elk geval iets te noteren, waarop Louis door de klas roept ‘filosofie is dat er geen foute antwoorden bestaan. Alles mag!’ ‘O ja’, zegt Amber, ‘en ook je mening zeggen’. Dit is eigenlijk niet echt meer ‘iets voor jezelf bedenken’, maar goed zo erg vind ik het niet. Dit is al best interessant om vanuit te starten! Iedereen krijgt nog heel even de tijd, hoewel dat nu niet zoveel meer oplevert, want de toon is gezet.

Als ik doorvraag op ‘filosofie heeft geen foute antwoorden’ komen we in een mooi gesprek over wanneer een antwoord fout is en waarom filosofie dan graag alle antwoorden zou willen goedkeuren (ook de echt foute?). Eigenlijk vinden ze het zelf ook wat gek en daarom lijkt het hen eigenlijk ook een vrij onzinnig vak. Wel lekker makkelijk, want zo haal je dus altijd tienen op een toets… dus daardoor zien ze het vak toch wel zitten. Ik leg uit dat filosofie inderdaad niet gaat over het juiste of het foute antwoord, maar dat er wel degelijk meer of minder foute antwoorden zijn. Dat het dan meestal niet gaat over de inhoud van het antwoord, maar over hoe je tot dat antwoord komt.

 

Filosoferen is namelijk een proces van het denken en een filosoof is in staat om dat denkproces te verwoorden, zodat andere mensen kunnen worden aangezet tot denken door het proces te volgen.

 

Ik vraag aan Amber: ‘Wat bedoel je met je mag altijd je mening zeggen? Een mening altijd goed?’ Daar moet ze even over nadenken. Eva zegt dan dat je eigenlijk ook niet altijd hoeft te zeggen wat je denkt. ‘Waarom niet?’, vraag ik. ‘Soms kwets je een ander’. ‘Oké, dus daarom mag je dan ook bij filosofie niet altijd je mening zeggen? ‘Wat denken jullie, wat hebben we eraan als iedereen hier wel steeds zijn mening zegt?’, vraag ik. Louis antwoordt: ‘dan kunnen we van elkaar leren wat iedereen vindt en kan je kijken of je jouw mening moet aanpassen’. We gaan nu de goede kant uit, ik laat ze nog even zoeken. ‘Gaat dat vanzelf?’, pols ik. ‘Nee’, zegt Amber, ‘U moet daarvoor wel goede vragen stellen, zoals u nu doet. Want eerlijk gezegd ben ik nu al heel hard aan het nadenken over wat ik eerder heb gezegd’. Dan reageert Femke. ‘Mevrouw, ik dacht dat filosofie makkelijk was, maar mijn hoofd is nu echt een beetje in de war. Hoe kan dat nou eigenlijk van gewoon zo’n simpele vraag als wat is filosofie!? Echt raar…’.

 

We zijn vertrokken. Ik kan nu uitleggen dat filosofie vanuit een liefde voor de wijsheid steeds op zoek gaat naar ‘meer en vooral een duidelijker antwoord’. Net zoals je bij een ‘liefde voor muziek’ ook steeds meer van die muziek wil horen of bij liefde voor een ander ook zo vaak mogelijk bij die ander wil zijn. Zo wil een filosoof steeds meer ‘wijsheid’ toevoegen aan bestaande kennis. Die wijsheid kan soms ontstaan vanuit een mening, maar dan begint het echte werk pas. En een antwoord kan dus ook bij filosofie wel degelijk fout zijn, niet vanwege de inhoud, maar wel omdat het niet ‘meer’ wijsheid brengt.

 

‘Hebben jullie nu een ander beeld bij wat filosofie is dan in het begin van de les?’ ‘Ja, het was toch een fout antwoord’, zegt Louis. ‘Of toch, niet echt fout, maar ook niet helemaal goed’. ‘Inderdaad’, zeg ik. ‘Je begint het al te leren’. Ik beloof de leerlingen dat we steeds dat samen gaan onderzoeken en dat onze lessen daarmee te maken hebben. We gaan denken, onderzoeken, analyseren en goed bekijken wat bruikbaar is én wat niet.

 

Wat de leerlingen niet doorhebben, maar ik als leerkracht maar al te goed begrijp, is dat wij hier nu net al een flinke oefening in analytisch en kritisch denken hebben gedaan. Bovendien hebben ze hun eigen creativiteit gebruikt om te komen tot een nieuw inzicht.

 

Ik vraag hen vlak voor de bel gaat nog even of ik nu beter pas in het plaatje van een filosoof. ‘Ja mevrouw, u kunt supergoed vragen stellen en daardoor worden wij straks ook filosofen!’

 

Dat hoeven dus helemaal geen oude mannen met baarden te zijn. Inderdaad …